ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1989 wegens knieklachten gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering en de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage. De uitkering was aanvankelijk vastgesteld op 80 tot 100%, maar werd in latere besluiten verlaagd naar 25 tot 35% en vervolgens naar 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de gehanteerde belastbaarheidspatronen en functieselecties passend zijn en dat de functies die als maatman zijn genomen, waaronder de functie van metselaar, terecht zijn gebruikt. De stelling van appellant dat de laatst verrichte functie van servicemonteur als maatman had moeten gelden, wordt verworpen omdat deze functie niet voldoet aan de criteria voor nieuw verkregen bekwaamheden.
Daarnaast vindt de Raad geen reden om het besluit te vernietigen vanwege het niet indexeren van het maatmanloon of het niet tijdig actualiseren van de functie van inpakker koekjes. De Raad sluit zich daarmee aan bij de motivering van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 15 tot 25% en verklaart het beroep ongegrond.