ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake medische afzakker en vaststelling maatmaninkomen in AAW/WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als ziekenverzorgster, viel in 1988 uit met psychische klachten en ontving vanaf 1989 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Na een wijziging van haar dienstverband in 1992 en uitval in 1995 wegens gewrichtsklachten, werd zij in 1997 als gedeeltelijk arbeidsongeschikt erkend met een uitkering van 25-35%.
Appellante betwistte de vaststelling van haar maatmaninkomen en dagloon, stellende dat zij een medische afzakker was en dat de werkweek onjuist was vastgesteld op 32 uur in plaats van 40 uur. De Raad stelde vast dat er onvoldoende objectieve medische gegevens zijn die deze wijziging ondersteunen en bevestigde dat appellante niet als medische afzakker kan worden beschouwd.
De Raad vernietigde het besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde wegens strijd met de Awb, maar bevestigde het besluit van 4 mei 2000 dat de uitkering toekent op basis van een werkweek van 32 uur. Tevens veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Besluit 2 wordt vernietigd voor zover onrechtmatig, besluit van 4 mei 2000 wordt bevestigd en appellante wordt niet als medische afzakker beschouwd.