ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toestemming intensieve neurostimulatietherapie in buitenland
Appellant, in vegetatieve staat na een ongeval, vroeg toestemming voor opname en behandeling met intensieve neurostimulatietherapie in de universiteitskliniek te Innsbruck. De zorgverzekeraar weigerde dit op grond dat de behandeling niet gebruikelijk is binnen de Nederlandse beroepskring en dat adequate zorg in Nederland beschikbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het gebruikelijkheidscriterium en noodzakelijkheid centraal stonden, mede gebaseerd op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De Raad stelde vast dat de zorgverzekeraar niet had onderzocht of de behandeling internationaal medisch-wetenschappelijk voldoende was beproefd en deugdelijk bevonden, wat een vereiste is volgens de Ziekenfondswet en het Verstrekkingenbesluit.
Hoewel appellant betoogde dat de behandeling gebruikelijk is en positieve resultaten heeft opgeleverd, concludeerde de Raad dat de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. De behandeling wordt in Nederland slechts experimenteel toegepast en het positieve effect is niet wetenschappelijk aangetoond. De Raad vernietigde daarom het besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Daarnaast veroordeelde de Raad de zorgverzekeraar tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en deugdelijke motivering bij het weigeren van toestemming voor medische behandelingen in het buitenland onder de Ziekenfondswet.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van toestemming voor intensieve neurostimulatietherapie wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.