ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering vergoeding intramurale zorg in ander EU-land wegens lange wachttijden
Appellante verzocht om toestemming voor een gynaecologische operatie in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) vanwege menopauze-klachten. Gedaagde, een zorgverzekeraar zonder overeenkomst met het UZA, weigerde toestemming en vergoeding op grond van het Nederlandse naturastelsel en de aanwezigheid van voldoende zorgmogelijkheden in Nederland.
De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij werd geoordeeld dat geen medische noodzaak of onaanvaardbare wachttijden bestonden. In hoger beroep spitste het geschil zich toe op de vraag of deze weigering in strijd was met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag, die het vrije verkeer van diensten binnen de EU waarborgen.
De Raad overwoog dat het toestemmingsvereiste gerechtvaardigd kan zijn, mits het gebaseerd is op objectieve, niet-discriminerende criteria en dat weigering alleen is toegestaan wanneer tijdig een identieke behandeling in Nederland kan plaatsvinden. Gelet op de overschrijding van de Nederlandse wachttijden en het ontbreken van een rechtvaardiging voor de weigering, concludeerde de Raad dat de weigering onrechtmatig was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen waarbij de kosten van de operatie in België worden vergoed. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de weigering onrechtmatig was en beveelt vergoeding van de kosten van de operatie in België.