ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht afgewezen
Opposante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald. Tegen deze beslissing werd verzet aangetekend. Tijdens de zitting van 26 juli 2004 was opposante niet aanwezig en geopposeerde liet zich niet vertegenwoordigen.
De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en geen gronden gevonden om het eerdere oordeel te wijzigen. Er waren geen aanwijzingen dat opposante niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Tevens maakte opposante geen gebruik van de mogelijkheid om bijzondere bijstand voor de griffierechtkosten aan te vragen.
Op grond van artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het verzet ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan opposante opgelegd. De uitspraak werd op 29 juli 2004 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar gegeven.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.