ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft bij beroepschrift hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten, wat ook in hoger beroep van toepassing is. Het beroepschrift van appellant bevatte echter geen gronden.
Appellant is bij brief van 7 juni 2004 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken de gronden alsnog in te dienen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekend schrijven van 8 juli 2004 een tweede termijn van twee weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkverklaring kan leiden. Ook deze termijn is ongebruikt verstreken.
De Raad heeft geen redenen gevonden die het verzuim kunnen verontschuldigen en acht het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 29 juli 2004 in het openbaar gewezen door mr. G.A.J. van den Hurk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.