ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij vaststelling vermogen voor bijstand
Appellante stelde hoger beroep in tegen de vaststelling van haar vermogen bij de toekenning van een bijstandsuitkering per 12 januari 2001. Zij betwistte dat het vermogen op f 10.000 werd vastgesteld en voerde aan dat deze vaststelling zelfstandige betekenis heeft als besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
De gemeente had het bezwaar tegen de vaststelling ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De Raad stelde vast dat appellante sinds 1 januari 2003 geen bijstand meer ontvangt vanwege samenwoning en een hoger gezamenlijk inkomen, waardoor het vermogen geen invloed meer heeft op haar recht op bijstand.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbreekt en dat het verzoek om een uitspraak ten principale niet wordt gehonoreerd. De Raad benadrukte dat het niet de taak van de rechter is om principiële overwegingen te geven zonder concreet geschil. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.