ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opleggen arbeidsverplichtingen bij bijstandsuitkering ondanks bezwaar
Appellante ontvangt sinds 1988 een bijstandsuitkering, die in 1997 is omgezet in een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Aanvankelijk werden geen arbeidsverplichtingen opgelegd. Na een medisch onderzoek door de GGD Twente in opdracht van het College, werden op 4 juli 2000 arbeidsverplichtingen opgelegd. In bezwaar handhaafde het College deze verplichtingen voor maximaal 20 uur per week, gebaseerd op een advies van een verzekeringsarts van de Roessingh Diensten Groep.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het College op goede gronden heeft gehandeld en dat het medisch advies zowel qua totstandkoming als inhoud deugdelijk is. Appellante heeft haar stelling dat zij niet 20 uur kan werken niet met medische stukken onderbouwd.
De Raad ziet geen reden om de proceskosten aan appellante toe te rekenen en bevestigt de eerdere uitspraak. Hiermee blijft de oplegging van arbeidsverplichtingen gehandhaafd.
Uitkomst: De oplegging van arbeidsverplichtingen voor maximaal 20 uur per week wordt bevestigd.