ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellante diende op 25 april 2000 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. De gemeente Utrecht verzocht herhaaldelijk om aanvullende gegevens, maar appellante voldeed hier niet aan. Daarom stelde de gemeente de aanvraag buiten behandeling op basis van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Na bezwaar werd het besluit gehandhaafd en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 19 september 2001 vernietigd moet worden omdat het beroep ten onrechte is afgewezen. De rechtbank had het beroep gegrond moeten verklaren en de gemeente moeten opdragen een nieuw besluit te nemen waarin inhoudelijk op de aanvraag wordt beslist. De Raad wijst erop dat het beroep niet gericht was tegen een afwijzend besluit, maar dat dit ten onrechte zo is opgevat.
De Raad veroordeelt de gemeente Utrecht in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Bij het nieuwe besluit moet de gemeente beoordelen of de informatieplicht inmiddels is nagekomen en of er nog belemmeringen zijn voor toekenning van bijstand per 25 april 2000. Tevens moet worden bekeken of vertragingsschade moet worden vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 19 september 2001 wordt vernietigd en de gemeente Utrecht wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.