ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag secretaris-rentmeester wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid
Appellant was secretaris-rentmeester bij een waterschap en werd geschorst en vervolgens eervol ontslagen wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid, niet gebaseerd op ziekte of gebrek. De aanleiding was een briefje van appellant aan een aannemingsbedrijf waarin hij suggereerde een vordering van het waterschap privé te verdelen, wat leidde tot een gerechtelijk vooronderzoek en schorsing.
De Raad oordeelde dat appellant met zijn gedrag de integriteit van het waterschap ernstig had geschaad en niet de vereiste distantie had betracht. Ondanks verschillende verklaringen kon de Raad niet anders concluderen dan dat er sprake was van opzet tot zelfverrijking. Ook het niet melden van nevenwerkzaamheden en het voorstel tot onjuiste reiskostendeclaraties werden als laakbaar beoordeeld.
Appellants beroep tegen het ontslag werd ongegrond verklaard. De Raad vond dat het ontslag zorgvuldig was genomen en dat appellant niet vrijgesteld kon worden van zijn verantwoordelijkheid, ook niet door de cultuur binnen het waterschap. De toegekende wachtgeldregeling werd gehandhaafd omdat het ontslag aan eigen schuld te wijten was.
Ten aanzien van de schorsing oordeelde de Raad dat deze gerechtvaardigd was vanwege het lopende strafrechtelijk onderzoek en dat het ontbreken van een voorafgaand gehoor door spoedeisendheid werd gerechtvaardigd. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het eervol ontslag en de schorsing van appellant worden bevestigd, evenals de hoogte van het wachtgeld.