ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvulling pensioen op grond van FPU-Gemeenten bevestigd
Appellant was coördinator bij de WVK-groep en sloot in 1997 een non-activiteitsregeling af met het voornemen om per 1 oktober 2002 flexibel met pensioen te gaan. Medio 2001 vroeg appellant echter om gebruik te maken van de pré-Vut per 1 oktober 2001, waarop gedaagde hem eervol ontslag verleende. Vervolgens vroeg appellant in december 2001 om een aanvulling op zijn pensioen op grond van de FPU-Gemeenten, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de pré-Vut-uitkering toekenning in de weg stond.
Appellant stelde dat hij door onvolledige informatie van de personeelsafdeling niet op de hoogte was van de FPU-G-regeling en beriep zich op dwaling om terug te komen op zijn gebruikmaking van de pré-Vut. Gedaagde weigerde terug te komen op het ontslagbesluit, dat inmiddels onherroepelijk was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot heroverweging te behandelen, maar dat toetsing beperkt is tot nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat geen sprake was van nieuwe feiten of misleiding, was het besluit van gedaagde redelijk en rechtmatig. De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 5 augustus 2004, waarbij de aangevallen uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor pensioenaanvulling op grond van de FPU-Gemeenten is terecht afgewezen en het beroep van appellant wordt verworpen.