ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- L.F.M. Verhey
- Rechtspraak.nl
Beëindiging BWOO-uitkering wegens arbeidsurenvermindering bevestigd
Appellante ontving sinds 1 augustus 2000 een BWOO-uitkering gebaseerd op een urenverlies van gemiddeld bijna 20 uur per week. Vanaf 4 februari 2002 is zij gaan werken voor gemiddeld 17 uur en 10 minuten per week, waardoor haar urenverlies onder de wettelijke grens kwam. De uitkering werd daarom per die datum beëindigd.
De rechtbank vernietigde het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wegens onbevoegdheid, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep staat ter discussie of deze rechtsgevolgen terecht zijn gehandhaafd.
De Raad oordeelt dat de beëindiging van de uitkering rechtstreeks voortvloeit uit dwingendrechtelijke bepalingen van het BWOO. Appellante's beroep op nuancering of op toezeggingen van een maatschappelijk werker wordt verworpen omdat geen rechtsgeldige toezegging is gebleken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de BWOO-uitkering per 4 februari 2002 wordt bevestigd.