ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek vrijstelling verzekeringsplicht AOW
Appellante heeft namens haar overleden echtgenoot hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek tot herziening van de ingangsdatum van een vrijstelling van de verzekeringsplicht op grond van de AOW, AKW en Anw. De oorspronkelijke vrijstelling werd verleend met ingang van 7 september 1999, terwijl betrokkene aanvankelijk een vrijstelling per april 1997 had verzocht.
De Sociale verzekeringsbank heeft het herzieningsverzoek afgewezen omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een latere ingangsdatum konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is een herhaald verzoek inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of nieuwe feiten of omstandigheden een herziening rechtvaardigen.
De aangevoerde omstandigheden, waaronder onvoldoende voorlichting en hoge premieaanslag, waren al bekend of kenbaar ten tijde van de eerste aanvraag en konden toen worden ingebracht. Daarom is het bestreden besluit rechtmatig en niet in strijd met wettelijke of algemene rechtsbeginselen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek en handhaaft de ingangsdatum van de vrijstelling op 7 september 1999.