ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1979 een bijstandsuitkering die in 1983 werd aangepast vanwege samenwoning met haar partner. Na onderzoek stelde de gemeente vast dat zij vanaf 1992 een gezamenlijke huishouding voerden, waarop de uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk voor de periode 1993-1996.
De Raad beoordeelt dat sprake was van gezamenlijke huishouding vanaf medio november 1993, niet vanaf juni 1992. De intrekking en terugvordering voor de periode daarvoor zijn onterecht. Tevens is het besluit over de terugvordering onjuist gebaseerd op latere wetsartikelen voor perioden waarin deze niet van toepassing waren.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor het onjuiste deel, verklaart het beroep gegrond en beveelt een nieuw besluit op bezwaar over de terugvordering. De rechtsgevolgen blijven in stand vanaf medio november 1993. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.