ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van belastbaarheidspatroon en verdiencapaciteit
Appellant ontving een WAO-uitkering berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de mate van arbeidsongeschiktheid herzien naar 25 tot 35% met ingang van 17 juli 2001. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door zowel het UWV als de rechtbank.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat het belastbaarheidspatroon, opgesteld door verzekeringsarts Simons, niet was overschat en voldoende informatie bevatte over de gezondheidstoestand van appellant op de datum in geding. De Raad achtte de verdiencapaciteit passend bij de ingedeelde klasse 25 tot 35%.
De grief van appellant dat de herziening onbegrijpelijk zou zijn vanwege onveranderde medische beperkingen werd verworpen. Ook het verweer dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was vanwege taalbarrières werd niet gevolgd, omdat geen wezenlijke informatie zou zijn gemist. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.