ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na heronderzoek in 1999 concludeerde de verzekeringsarts dat haar belastbaarheid was toegenomen, wat leidde tot intrekking van de uitkering per 1 september 2000. In bezwaar werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde.
Appellante voerde aan dat haar migraineklachten haar volledig arbeidsongeschikt maakten en dat werkgevers haar niet in redelijkheid konden verplichten te werken vanwege het verzuimrisico. Zij bracht een rapport van een neuroloog in ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat de medische stukken en verklaringen van de behandelend neuroloog onvoldoende steun boden voor volledige arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt dat appellante in staat is arbeid te verrichten conform het belastbaarheidspatroon, waarbij rekening is gehouden met haar migraineaanvallen. De Raad acht de aangevoerde grieven onvoldoende om het bestreden besluit te wijzigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsongeschikt is in de mate van 15 tot 25% vanaf 2 februari 2001.