ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds een auto-ongeval in 1997 rug- en nekklachten heeft, kreeg een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat haar beperkingen waren afgenomen en zij nog in staat was tot andere werkzaamheden, waardoor haar uitkering werd ingetrokken.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en ondersteunde dit met rapporten van een Amerikaanse chiropractor en een arts voor orthomanuele geneeskunde. De Raad achtte deze medische verklaringen onvoldoende objectief en sloot zich aan bij de conclusies van de verzekeringsartsen, die de beperkingen als gemiddeld zwaar kwalificeerden, maar niet zodanig dat zij recht gaf op WAO-uitkering.
De rechtbank had het bezwaar van appellante al ongegrond verklaard en de Raad bevestigde dit oordeel. De Raad vond geen gronden om het besluit te vernietigen of de intrekking van de uitkering onrechtmatig te achten. Daarmee werd het beroep van appellante afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat haar arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 15%.