ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Volledige arbeidsongeschiktheid en toekenning rentevergoeding in WAO-zaak
Appellant, werkzaam als toezichthouder voor 32 uur per week, kreeg vanaf 23 juli 1998 een WAO-uitkering toegekend wegens rug-, bekken- en psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Na een bezwaarprocedure en eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank, handhaafde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aanvankelijk de intrekking van de uitkering per 10 mei 1999. De rechtbank verklaarde dit besluit ongegrond, maar in hoger beroep handhaafde de rechtbank het bezwaarbesluit van 11 juli 2002.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit laatste besluit en de uitspraak van de rechtbank, omdat het Uwv zijn standpunt niet langer handhaaft en een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen. De Raad verklaart het beroep gegrond, herstelt de WAO-uitkering met ingang van 11 september 2002 en kent een schadevergoeding toe in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de WAO-uitkering wordt hersteld en wettelijke rente en proceskosten worden toegekend.