ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onzorgvuldige functielijst
Appellant, een onderhoudsmonteur, viel in 1996 uit wegens gezondheidsklachten en ontving daarop een WAO-uitkering. Gedaagde, het UWV, verlaagde de uitkering in 1997 en 1998 op basis van een nieuwe inschatting van de arbeidsongeschiktheid en een gewijzigde lijst van functies die appellant zou kunnen verrichten.
Appellant stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de gewijzigde functielijst onzorgvuldig was samengesteld, omdat deze functies niet voldoende verwant waren aan eerdere functies en niet duidelijk waren aangekondigd. De Raad oordeelde dat het UWV niet mocht afwijken van de vaste jurisprudentie omtrent de aanzegging en wijziging van functies zonder dat dit voor appellant duidelijk was.
De Raad stelde vast dat twee functies op de nieuwe lijst niet waren goedgekeurd in eerdere uitspraken en dat de overige functies onvoldoende verwant waren, waardoor appellant niet duidelijk kon zijn dat hij daarvoor geschikt was. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De medische grondslag van de schatting per 12 mei 1998 werd niet betwist en bleef onaangetast.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.