ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering onverschuldigd betaalde WW-uitkering ondanks termijnoverschrijding
Appellant was het niet eens met de terugvordering van een teveel betaalde WW-uitkering over de periode van 1 juli tot en met 31 december 1996. De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een beslissing over de wijze van invordering en had het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het UWV stelde het invorderingsbesluit echter pas op 28 mei 2002 vast, waarbij werd bepaald dat appellant het bedrag binnen zes weken moest betalen omdat hij geen gegevens had verstrekt voor een betalingsregeling.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV te lang had stilgezeten en dat hij 60 uur dienstverlening had verricht, wat niet was meegewogen. Ook stelde hij dat zijn inkomensgegevens al op 15 mei 2002 waren toegezonden. De Raad oordeelde dat de gegevens pas na het besluit waren ontvangen en dat appellant nalatig was geweest in het tijdig aanleveren van de gegevens, mede doordat hij niet had gereageerd op brieven en in het buitenland verbleef.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees erop dat de overschrijding van de beslistermijn geen gevolgen had, omdat appellant geen schade had geleden en het uitstel vooral aan zijn eigen handelen te wijten was. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro leidde niet tot een ander oordeel. De invordering bleef onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de invordering van de onverschuldigd betaalde WW-uitkering ondanks de overschrijding van de beslistermijn.