ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1985 een bijstandsuitkering en verrichtte tussen 1994 en 1999 zelfstandige koopmansactiviteiten zonder deze inkomsten te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Uit onderzoek en overgelegde facturen bleek dat appellant aanzienlijke goederen inkocht en verkocht, en beschikte over een ventvergunning en inschrijving bij het Centraal Registratiekantoor voor de Detailhandel.
De Raad stelde vast dat appellant niet voldeed aan de inlichtingenplicht zoals voorgeschreven in de Algemene bijstandswet, aangezien hij zijn inkomsten uit deze activiteiten verzweeg. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij bij correcte naleving van deze plicht recht had op bijstand over de betreffende periode.
De Raad oordeelde dat de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van de kosten over de periode van 17 februari 1995 tot en met 17 juni 1999 terecht waren, mede omdat geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van kosten worden bevestigd wegens het niet melden van inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden.