ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.Th. Wolleswinkel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving in de periode van 6 april 1995 tot 12 januari 1996 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers en daarna een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een politieonderzoek waarbij grote sommen contant geld en bankrekeningen in Luxemburg werden aangetroffen, concludeerde de gemeente Nijmegen dat appellant wederrechtelijk inkomsten had verzwegen.
Op basis hiervan trok de gemeente de bijstandsuitkering in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank vernietigde dit besluit deels wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door de aanzienlijke bedragen niet te melden.
De Raad stelt vast dat er voldoende grond is om de intrekking en terugvordering te handhaven, mede gelet op het arrest van het hof Arnhem dat het wederrechtelijk voordeel heeft vastgesteld. Er zijn geen dringende redenen gevonden om van intrekking of terugvordering af te zien. De Raad wijst het hoger beroep van appellant af en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.