ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.Th. Wolleswinkel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks verzoek tot herziening
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van burgemeester en wethouders van Heerlen om de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand niet te herzien. De oorspronkelijke beschikking van de rechtbank Maastricht uit 1996 bepaalde een terugvordering van f 17.742,21, te voldoen in maandelijkse termijnen.
Appellant stelde dat er nieuwe omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden, met name dat een schuld aan de bank buiten beschouwing moest blijven bij de beoordeling van het vermogen. De Raad overwoog echter dat deze schuld al bekend was ten tijde van het oorspronkelijke besluit en dat de aangevoerde argumenten niet als nieuwe feiten of omstandigheden konden worden aangemerkt.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan bevoegd is een verzoek tot herziening inhoudelijk te beoordelen, maar dat toetsing aan het oorspronkelijke besluit zich beperkt tot het bestaan van nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat deze ontbraken, werd het bezwaar ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien om appellant in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 24 augustus 2004 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het verzoek tot herziening af wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.