ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.Th. Wolleswinkel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding tijdens huwelijk
Appellante was gehuwd en ontving bijstand als alleenstaande ouder op grond van de veronderstelling dat haar echtgenoot haar had verlaten. Na een onderzoek door de sociale recherche, waarbij observaties, huisbezoek en verklaringen werden verzameld, bleek dat appellante en haar echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden. Hierdoor was de bijstandsuitkering onterecht toegekend.
De gemeente Rotterdam trok de bijstandsuitkering en de bijzondere bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste.
De Raad oordeelde dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, zoals vereist voor de bijstand als alleenstaande ouder. De intrekking van de uitkering was daarom terecht en de terugvordering gegrond. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.