ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8784
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging in Nederlands-Indië
Eiser, geboren in 1929 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in juni 2002 een WUV-uitkering aan als vervolgingsslachtoffer. Verweerster wees de aanvraag af omdat de omstandigheden waaronder eiser de Japanse bezetting heeft meegemaakt niet voldoen aan het wettelijke begrip vervolging zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overwoog dat onder vervolging handelingen of maatregelen van de vijandelijke bezettende macht worden verstaan die gericht zijn tegen personen vanwege hun Europese afkomst of instelling, en die hebben geleid tot vrijheidsberoving door opsluiting in concentratiekampen of gevangenissen met het oog op beëindiging van het leven of permanente bewaking. Eiser heeft volgens de beschikbare gegevens geen dergelijke vrijheidsberoving ondergaan en er zijn geen andere door de bezetter getroffen maatregelen vastgesteld.
Ook is nagegaan of ziekten of gebreken van eiser te wijten zijn aan de Japanse internering en het overlijden van zijn vader, maar medisch onderzoek bracht geen aanwijzingen daarvoor aan het licht. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad erkent wel dat eiser angstige tijden heeft doorgemaakt, maar benadrukt dat de Wet een beperkte strekking heeft en alleen uitkeringen toekent aan personen die voldoen aan de strikte criteria van vervolging zoals wettelijk omschreven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een WUV-uitkering wordt afgewezen.