ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na beëindiging bedrijf en afwijzing herzieningsverzoek
Appellant ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) in de vorm van een lening. Na beëindiging van zijn bedrijf op 1 januari 2000 vorderde het College van burgemeester en wethouders van Utrecht de terugbetaling van het geleende bedrag. Appellant maakte geen bezwaar tegen deze terugvordering, maar verzocht later om herziening van het besluit.
De Raad overwoog dat een bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechter zich bij toetsing moet beperken tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Appellant voerde aan dat hij zijn bedrijf en de aflossingsverplichtingen had overgedragen aan een derde, wat door de gemeente was bevestigd.
De Raad oordeelde echter dat deze schuldoverneming geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt, aangezien dit al in bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit naar voren had kunnen worden gebracht. Daarom was het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek terecht. De uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het verzoek tot herziening af.