ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens niet opgegeven inkomsten tijdens WW-uitkering
Appellant ontving WW-uitkeringen over twee perioden in 1996 na beëindiging van zijn dienstverband. Tijdens een strafrechtelijk onderzoek bij zijn voormalige werkgever werden weeklijsten en een rode multomap in beslag genomen die aangaven dat bepaalde werknemers zwart hadden gewerkt. Hoewel appellants naam niet in de rode multomap voorkwam, stond hij wel vermeld op de weeklijsten met potlood, wat volgens het onderzoek duidt op zwart werk.
Gedaagde stelde dat appellant onterecht geen inkomsten had opgegeven en besloot tot terugvordering van onverschuldigde WW-uitkering en oplegging van een boete. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de boete, maar ongegrond voor de overige besluiten. Na herziening stelde gedaagde de boete lager vast.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet zwart had gewerkt en dat zijn naam op de weeklijsten fictief was. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek en verklaringen van getuigen, waaronder een boekhouder en werknemers die zwart werk erkenden, voldoende bewijs leverden dat de met potlood genoteerde uren daadwerkelijk zwart werk betroffen. De Raad bevestigde het besluit tot terugvordering en de boete en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering en boete blijft in stand.