ECLI:NL:CRVB:2004:AR0955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toelage plaatsvervangend commandant brandweer na eervol ontslag
Appellant was sinds 1977 werkzaam als commandant van de Brandweer en Ambulancedienst (BAD) bij de gemeente Haarlemmermeer en vanaf 1990 tevens plaatsvervangend commandant bij de Regionale Brandweer Amsterdam en omstreken (RBA). Voor deze laatste functie ontving hij een maandelijkse toelage op grond van artikel 20, derde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling (GR).
In 1995 werd appellant uitgezonden naar Suriname, waarbij hij onbetaald buitengewoon verlof kreeg en zijn functie als commandant van de BAD neerlegde. Na terugkeer bleek herplaatsing niet mogelijk en werd hem per 1 maart 1997 eervol ontslag verleend. De uitbetaling van de toelage werd per 1 februari 1997 stopgezet door het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College het primaire besluit tot beëindiging van de toelage had genomen en dat het dagelijks bestuur van de RBA als bevoegd bestuursorgaan het bezwaar terecht ongegrond verklaarde. De Raad stelde vast dat appellant vanaf 1 december 1994 geen werkzaamheden meer verrichtte als plaatsvervangend commandant, waardoor de toelage terecht werd beëindigd. Tevens was de toezegging van de gemeente om appellant niet in een financieel slechtere positie te brengen niet bindend voor de toelage. Een afbouwregeling was niet vereist.
De Raad bevestigde aldus de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de beëindiging van de toelage terecht is en wijst het beroep van appellant af.