ECLI:NL:CRVB:2004:AR1020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bevordering tot sergeant-majoor gegrond verklaard
Gedaagde was geplaatst in een functie die per 1 september 1999 werd opgewaardeerd naar het rangsniveau van sergeant-majoor. Hij diende een verzoek in om met terugwerkende kracht bevorderd te worden tot die rang vanaf die datum. Appellant wees dit verzoek af omdat het feitelijk neerkwam op het terugkomen van een eerder besluit van 30 september 1999, waarbij gedaagde met waarneming van de functie was belast maar niet formeel bevorderd.
De rechtbank had het besluit van 3 december 2001 vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen, stellende dat appellant gehouden was tot bevordering. Appellant ging in hoger beroep tegen deze overweging. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om terug te komen op eerdere besluiten, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
Omdat gedaagde geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, was het besluit van 3 december 2001 rechtmatig. Het eerdere besluit van 30 september 1999 was niet bestreden en derhalve onaantastbaar. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot bevordering blijft in stand.