ECLI:NL:CRVB:2004:AR1283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vierdaagse werkweek van negen uur per dag bij Raad van State
Twee ambtenaren van de Raad van State vroegen om hun arbeidspatroon vast te stellen op vier werkdagen van negen uur. Appellant, de Vice-President van de Raad van State, wees deze verzoeken af op grond van het beleid dat een 4x9-urige werkweek alleen mogelijk is als dit het wederzijds belang van dienst en medewerker dient. De rechtbank verklaarde deze afwijzing onrechtmatig en stelde dat de regeling in strijd was met de Wet aanpassing arbeidsduur (Waa).
Appellant stelde in hoger beroep dat de Waa alleen ziet op wijziging van het aantal uren en niet op spreiding daarvan, en dat het beleid conform het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en de Regeling werktijden en verlof is. De Raad overwoog dat de Waa geen toepassing vindt op dit geschil en dat het beleid van appellant, waarin de 4x9-urige werkweek afhankelijk is van een wederzijds belang, niet onredelijk is.
De Raad oordeelde dat appellant beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van werktijdregelingen en dat het belang van een efficiënte bedrijfsvoering zwaarwegend is. Gedaagden hadden geen bijzondere persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en de daarop gebaseerde besluiten en verklaarde de beroepen ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat het bevoegd gezag binnen redelijke grenzen werktijdregelingen mag vaststellen en dat individuele verzoeken kunnen worden afgewezen als het dienstbelang dit vereist, ook bij verzoeken om een vierdaagse werkweek van negen uur per dag.
Uitkomst: Het verzoek om een vierdaagse werkweek van negen uur per dag werd afgewezen wegens het ontbreken van een wederzijds belang van dienst en medewerker.