ECLI:NL:CRVB:2004:AR1572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij beëindiging WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar WAO-uitkering met ingang van 18 mei 2003 te beëindigen. Dit bezwaar werd echter buiten de wettelijke termijn van zes weken ingediend en door het UWV niet-ontvankelijk verklaard. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze niet-ontvankelijkverklaring.
Appellante voerde aan dat haar geografische afstand, ontwikkelingsniveau en psychische gesteldheid de termijnoverschrijding rechtvaardigden. Zij overhandigde een neuro-psychiatrisch rapport ter onderbouwing. De Raad achtte dit onvoldoende overtuigend, mede gelet op een eerder medisch rapport waaruit bleek dat appellante weliswaar psychische klachten had, maar niet zodanig dat zij niet in staat was bezwaar te maken.
De Raad benadrukte dat appellante juridische hulp had kunnen inschakelen, ook vanuit Marokko, en dat de termijn van zes weken voldoende ruimte bood om tijdig bezwaar te maken. De stelling dat haar psychische gesteldheid een reden was voor de overschrijding werd door de rechtbank buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De Raad bevestigde dat appellante in verzuim was en dat geen reden bestond om de niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de WAO-uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.