Uitspraak
19.2315 PW
OVERWEGINGEN
(adres 1).
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende een aanvraag om bijstand in als dakloze en gaf meerdere verblijfadressen op, met de verplichting wijzigingen door te geven. De gemeente voerde huisbezoeken uit op deze adressen, waarbij appellante niet werd aangetroffen en sommige bewoners ontkenden haar verblijf. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellante niet volledig en juist had opgegeven waar zij verbleef.
Appellante maakte bezwaar en gaf aan later een nieuw verblijfadres te zijn gaan gebruiken, maar dit was niet tijdig gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat er onvoldoende aanleiding was voor huisbezoeken en dat haar persoonlijke omstandigheden meebrachten dat zij het nieuwe adres niet kon melden. De Raad oordeelde dat het beleid en de procedure correct waren gevolgd, dat de aanwezigheid van een hulpverlener niet leidde tot een zorgplicht voor het college, en dat de inlichtingenplicht objectief is.
De Raad concludeerde dat appellante de verplichtingen had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De eerdere uitspraak werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandaanvraag wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.