ECLI:NL:CRVB:2004:AR2214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie
Gedaagde ontving sinds 11 juli 1996 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van huisbezoeken waarbij gedaagde niet werd aangetroffen op het opgegeven adres, stelde appellant een onderzoek in. Dit toonde aan dat het opgegeven adres onbewoonbaar was en dat gedaagde daar niet woonde. Op basis hiervan trok appellant de uitkering per 11 juli 1996 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende was onderzocht of gedaagde elders in de gemeente verbleef. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet verplicht was verder te zoeken naar een ander woonadres nadat aannemelijk was gemaakt dat gedaagde niet op het opgegeven adres woonde.
Door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres heeft gedaagde de inlichtingenplicht geschonden, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De Raad bevestigt dat appellant terecht de uitkering heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.