ECLI:NL:CRVB:2004:AR2286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking veiligheidsverklaring beroepsmilitair na veroordelingen
Appellant, een beroepsmilitair bij de Koninklijke Marechaussee, werd geconfronteerd met intrekking van zijn veiligheidsverklaring na twee veroordelingen: een boete in België wegens bezit van spierversterkende middelen en een boete in Nederland wegens het zonder toestemming uitvoeren van een veiligheidstest met een imitatiepistool op een luchthaven.
Gedaagde, de Minister van Defensie, besloot de veiligheidsverklaring in te trekken op grond van de beleidsregeling justitiële antecedenten, waarbij werd overwogen dat appellant als opsporingsambtenaar met een lange staat van dienst had moeten weten dat zijn gedragingen onacceptabel waren. Appellant voerde aan dat de feiten gering waren en dat de veroordeling in België in Nederland niet strafbaar was, en stelde dat er sprake was van ongelijke behandeling.
De Raad oordeelde dat de Minister bevoegd was tot intrekking van de verklaring op grond van artikel 10 van Pro de Wet veiligheidsonderzoeken, omdat onvoldoende waarborgen aanwezig waren dat appellant zijn vertrouwensfunctie getrouw zou vervullen. De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bevestigde het besluit van de rechtbank dat het beroep ongegrond was.
Uitkomst: De intrekking van de veiligheidsverklaring van appellant wordt bevestigd wegens onvoldoende waarborgen voor het getrouwelijk vervullen van zijn vertrouwensfunctie.