ECLI:NL:CRVB:2004:AR2641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verlaging bijstandsuitkering wegens niet-beschikbaarheid voor WIW-traject
Appellant ontving sinds 1 november 1999 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een gesprek op 31 januari 2001 gaf appellant aan niet beschikbaar te zijn voor een dienstbetrekking in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW), omdat hij een procedure omtrent arbeidsongeschiktheidsuitkering voerde.
Gedaagde verlaagde daarop de uitkering over maart 2001 met 10% wegens niet-beschikbaarheid, een maatregel die door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde zich hiertegen teweer, stellende dat zijn procedure hem vrijstelde van verplichtingen.
De Raad oordeelde dat de verplichtingen uit de Algemene bijstandswet (Abw) onverminderd gelden, ook bij lopende procedures. De gedraging van appellant viel onder de tweede categorie van het Maatregelenbesluit, rechtvaardigend een verlaging van 10%. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Tevens werd geoordeeld dat het verslag van de hoorzitting voldeed aan de redelijke eisen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 10% wegens niet-beschikbaarheid voor een WIW-dienstbetrekking wordt bevestigd.