ECLI:NL:CRVB:2014:3658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als medewerkster klantencontact, meldde zich ziek vanwege psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en leverde aanvullende medische verklaringen aan, waaronder een brief van haar psychiater en een toekenning van een WGA-loonaanvullingsuitkering. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren beoordeeld. Ook de geschiktheid van de door het UWV voorgestelde functies werd bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding om een deskundige in te schakelen of het ontbreken van een hoorzittingsverslag als onjuist te beschouwen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de weigering van de WIA-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.