ECLI:NL:CRVB:2004:AR2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor misgelopen belastingteruggave over 1998 bevestigd
Appellante, een bijstandsgerechtigde die in 1998 aanvullend bijstand ontving naast haar inkomsten als opvangouder, verzocht om bijzondere bijstand voor een misgelopen belastingteruggave over dat jaar. De gemeente wees dit verzoek af omdat het gemeentelijk beleid dat bijzondere bijstand voor dergelijke gevallen toestaat pas vanaf 1999 geldt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand op grond van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet alleen kan worden toegekend voor daadwerkelijke kosten. Een misgelopen belastingvoordeel valt hier niet onder. Appellante beriep zich op een beleidswijziging en een circulaire van de Staatssecretaris van Financiën, maar dit bood geen grond voor terugwerkende kracht van het beleid.
Ook werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden omdat de gemeente geen ongelijke behandeling had toegepast ten opzichte van andere bijstandsgerechtigden in vergelijkbare situaties. De Raad vond dat de gemeente in redelijkheid kon besluiten het beleid niet met terugwerkende kracht toe te passen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor misgelopen belastingteruggave over 1998 wordt bevestigd.