ECLI:NL:CRVB:2004:AR2677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengelduitkering wegens ongeschiktheid door handklachten
Appellante, die na een CTS-operatie in 1999 klachten aan haar rechterhand hield, werd vanaf 26 mei 2000 wegens hand- en armklachten ziekgemeld. Zij werkte sinds april 2000 als steksteekster, een functie die intensief gebruik van beide handen vereist. Gedaagde besloot op grond van artikel 44 Ziektewet Pro om haar ziekengelduitkering geheel te weigeren.
Na bezwaar en een eerdere vernietiging van een besluit wegens procedurefouten, werd het nieuwe besluit gehandhaafd. Medische rapporten van een verzekeringsarts, een bezwaarverzekeringsarts en een arbeidsdeskundige bevestigden dat het werk te belastend was voor appellante en dat zij ongeschikt was voor deze werkzaamheden.
De Raad concludeert dat gedaagde terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de uitkering geheel te weigeren en dat het besluit juridisch standhoudt. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ziekengelduitkering wegens ongeschiktheid door handklachten.