ECLI:NL:CRVB:2004:AR2680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Gravelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdelijke bevordering kapitein tot majoor tijdens uitzending naar Sarajevo
Appellant, kapitein bij de Koninklijke Luchtmacht, werd tijdelijk bevorderd tot majoor tijdens zijn uitzending naar Sarajevo als bedrijfsmaatschappelijk werker. Hij stelde dat deze tijdelijke bevordering onterecht was en dat hij definitief bevorderd had moeten worden, omdat hij werkzaamheden verrichtte die overeenkwamen met een functie in de organisatietabel van de Koninklijke Landmacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van tijdelijke bevordering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit tot tijdelijke bevordering genomen was door een daartoe bevoegde instantie, maar dat het bezwaarbesluit door een niet-bevoegde plaatsvervangend bevelhebber was genomen, wat vernietiging van dat besluit rechtvaardigde.
Desondanks oordeelde de Raad dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, omdat de betreffende functie in Sarajevo niet aan appellant was toegewezen en ook niet toegewezen kon worden door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten. De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat de tijdelijke bevordering rechtmatig was.
De Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, waarbij de vergoeding in hoger beroep werd gehalveerd vanwege de samenvoeging van twee identieke zaken. Het griffierecht werd eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot tijdelijke bevordering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.