ECLI:NL:CRVB:2004:AR2685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke bevordering kapitein tot majoor tijdens uitzending naar Sarajevo
Appellant, kapitein bij de Koninklijke Luchtmacht en bedrijfsmaatschappelijk werker, werd in 1999 tijdelijk bevorderd tot majoor tijdens zijn uitzending naar Sarajevo. Hij maakte bezwaar tegen deze tijdelijke bevordering en vorderde een definitieve bevordering, stellende dat de functie waaraan hij werkte in de organisatietabel een majoorsrang toekent.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onjuiste motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit tot tijdelijke bevordering door gedaagde genomen is binnen diens bevoegdheid, maar het besluit op bezwaar door een niet daartoe bevoegde functionaris is genomen, wat tot vernietiging leidt.
Desalniettemin bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De Raad overweegt dat de functie in Sarajevo niet aan appellant is toegewezen omdat de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten niet bevoegd was een KL-functie aan een KLU-militair toe te wijzen. De tijdelijke bevordering was daarom terecht en het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden.
De overige grieven van appellant worden niet behandeld omdat de hoofdgrief niet wordt gevolgd. De Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De tijdelijke bevordering tot majoor tijdens uitzending wordt bevestigd en het beroep op definitieve bevordering wordt afgewezen.