ECLI:NL:CRVB:2004:AR2720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens niet tijdig behalen basisopleiding politie
Appellante, aangesteld als adspirante bij de politie per 7 juni 1999, liep tijdens de basisopleiding een knieblessure op die haar fysieke geschiktheid voor de dienst beïnvloedde. Na langdurige ziekte en uitstel werd zij per 3 september 2001 opnieuw aangemeld met de voorwaarde het diploma binnen zes maanden te behalen. Ondanks herstel en verlenging van de termijn tot 1 april 2002, slaagde zij niet voor de indoor-toets van de opleiding.
De korpsbeheerder verleende daarop eervol ontslag met ingang van 1 juli 2002 op grond van artikel 89, vierde lid, van het Barp. Het bezwaar tegen de ontslagdatum leidde tot wijziging naar 1 augustus 2002, maar het beroep tegen het besluit werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat artikel 94 Barp Pro van toepassing zou moeten zijn en dat de herkansing te vroeg kwam vanwege onvoldoende herstel. De Raad oordeelde echter dat artikel 89 Barp Pro, als lex specialis, van toepassing is op adspiranten die niet aan de geschiktheidseisen voldoen tijdens de opleiding. De Raad achtte het ontslag op grond van artikel 89 terecht Pro en bevestigde de eerdere uitspraak.
De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en wees het hoger beroep af, waarmee het eervol ontslag definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het eervol ontslag op grond van artikel 89 Barp wordt bevestigd.