ECLI:NL:CRVB:2004:AR2724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door ongeoorloofde afwezigheid ambtenaar
Appellant was vanaf 1996 in dienst als assistent toezichthouder bij een openbare scholengemeenschap. Hij was geregeld ziek en gaf geen gehoor aan uitnodigingen voor bedrijfsartsbezoeken. Tevens was hij meerdere keren zonder toestemming te laat of verliet hij voortijdig het werk. Ondanks waarschuwingen bleef hij plichtsverzuim vertonen.
Op 10 april 2002 werd appellant ontslagen wegens plichtsverzuim, nadat hij in een telefonisch onderhoud met de locatieleider zich niet constructief opstelde. Appellant ontkende de bedreigingen en het regelmatig te laat komen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het plichtsverzuim voldoende grond is voor ontslag, ook al was het niet van zeer grote betekenis, omdat appellant herhaaldelijk in gebreke bleef en niet verbeterde na waarschuwingen. De Raad vindt geen bewijs voor de bedreigingen en acht de botsing van karakters onvoldoende als rechtvaardiging. Het ontslag is niet onevenredig.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.