ECLI:NL:CRVB:2004:AR2725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet aanvaarden passend aanbod
Appellant werkte via de Wet Inschakeling Werkzoekenden bij een werkgever op basis van een halfjaarcontract dat niet werd omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Nadat appellant het aanbod voor een nieuw halfjaarcontract weigerde, vroeg hij een WW-uitkering aan die hem blijvend geheel werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De Raad van bestuur van het UWV wijzigde het besluit en stelde dat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden, omdat hij het passende aanbod van de werkgever heeft geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet in overwegende mate verwijtbaar was, onder meer vanwege het late tijdstip van het aanbod en vermeende taalbarrière.
De Centrale Raad oordeelde dat appellant zijn verplichtingen niet is nagekomen en geen dringende redenen zijn gebleken om de maatregel te matigen. De Raad vond dat appellant het aanbod had moeten aanvaarden om werkloosheid te voorkomen, ook al was het contract niet voor onbepaalde tijd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.