ECLI:NL:CRVB:2004:AR2727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens werkzaamheden bij autosloperij
Appellant ontving een WW-uitkering van juli 1995 tot juni 1998. Uit een rapportage van de fraudecontroleur, gebaseerd op informatie van de politie, bleek dat appellant tussen september 1996 en april 1997 werkzaamheden verrichtte in een garagebox en bij een autosloperij. Gedaagde besloot daarop de WW-uitkering over die periode te beëindigen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Appellant voerde aan dat het hobbymatige werkzaamheden en vriendendiensten betrof, en dat hij daarom geen werknemer in de zin van de WW was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad voor de Rechtspraak bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden, afgezien van het sleutelen aan de eigen raceauto, bestonden uit reparaties en hand- en spandiensten waarvoor appellant ook betaald werd. Dit valt onder arbeid in het economisch verkeer met het oog op geldelijk voordeel, waardoor het recht op WW-uitkering eindigt.
De Raad overweegt dat ook indien de werkzaamheden als vrijwilligerswerk of tegenprestatie werden verricht, dit niet afdoet aan het karakter van de arbeid die normaal gesproken beloning verdient. Het hoger beroep faalt en de uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.