ECLI:NL:CRVB:2004:AR2761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens onvoldoende verblijf in Nederland van aangehuwd kind
Appellant verzocht kinderbijslag voor Saulius, zijn aangehuwd kind, maar de Sociale verzekeringsbank wees dit af omdat Saulius niet als eigen, aangehuwd of pleegkind kon worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep wijzigde de Sociale verzekeringsbank het beleid en erkende Saulius als aangehuwd kind vanaf het eerste kwartaal 2001, maar handhaafde de weigering voor het derde en vierde kwartaal 2000 vanwege het onvoldoende verblijf in Nederland.
Uit feiten blijkt dat Saulius op 1 juli en 1 oktober 2000 nog niet drie maanden onafgebroken in Nederland verbleef, zoals vereist op grond van artikel 7b AKW. De Raad verwijst ook naar internationaalrechtelijke aspecten en constateert dat het IAO-verdrag 118 niet door Litouwen is geratificeerd. Hierdoor kan appellant geen aanspraak maken op kinderbijslag over de genoemde kwartalen.
De Raad veroordeelt de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten van appellant wegens wijziging van de grondslag in hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van kinderbijslag voor Saulius over het derde en vierde kwartaal 2000 wordt bevestigd wegens onvoldoende verblijf in Nederland.