ECLI:NL:CRVB:2004:AR2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na whiplash
Appellante, werkzaam als schippersvrouw, werd in 1997 aangereden en ontwikkelde een post-whiplashsyndroom met diverse fysieke en psychische beperkingen. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat zij niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), omdat zij nog geschikt was voor andere functies waarmee zij haar maatmanloon kon verdienen.
De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de schatting van het maatmaninkomen, maar oordeelde dat de medische beoordeling juist was. De Centrale Raad beperkte het hoger beroep tot de beoordeling van de medische grondslag en de geschiktheid voor de functies waarop de schatting was gebaseerd.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling en de geschiktheid voor voldoende functies juist waren vastgesteld, ondanks een enkele onvolledige toelichting op het aspect tillen bij de functie machinebediende. Er bleven voldoende geschikte functies over om de schatting te rechtvaardigen. Appellante bracht aanvullende medische rapporten in, maar deze bevestigden het beeld van een post-whiplashsyndroom zonder neurologische afwijkingen.
De Centrale Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellante minder dan 25% arbeidsongeschikt is en geschikt is voor voldoende functies.