ECLI:NL:CRVB:2004:AR2938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens recht op loondoorbetaling bij ziekte
Appellante was sinds mei 1997 werkzaam op oproepbasis bij een werkgeefster die erotische shows verzorgt. Zij werd wekelijks ingeroosterd en werkte volgens vaste condities vergelijkbaar met vaste medewerkers. Vanaf maart 1998 meldde zij zich herhaaldelijk ziek en stopte definitief met werken in mei 1998.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde ziekengeld omdat appellante recht had op loondoorbetaling op grond van artikel 7:629 BW Pro. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Uit het arbeidspatroon blijkt een doorlopende arbeidsrelatie waarbij appellante niet vrij was om de ingeroosterde diensten te weigeren. De werkgeefster is daarom verplicht tot loondoorbetaling bij ziekte. Hierdoor bestaat geen recht op ziekengeld volgens artikel 29 Ziektewet Pro. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld bevestigd wegens recht op loondoorbetaling bij ziekte.