ECLI:NL:CRVB:2004:AR2972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies bij schijnconstructie met Poolse werknemers
Appellant werd als bestuurder van de Coöperatie aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies sociale verzekeringen over 1997 en 1998. De coöperatie bemiddelde tussen tuinders en Poolse vennootschappen, wat door het UWV als een schijnconstructie werd aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de coöperatie feitelijk als werkgever van de Poolse werknemers fungeerde en premies verschuldigd was. De vaststelling van de premies gebeurde schattenderwijs vanwege het ontbreken van administratie, waarbij het risico van onjuiste schatting voor rekening van de werkgever komt.
De bestuurder erkende formeel zijn functie en het kennelijk onbehoorlijk bestuur leidde ertoe dat de premies niet werden betaald. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de bestuurder aansprakelijk is en wees het beroep ongegrond. De schijnconstructie en het ontbreken van betaling rechtvaardigen de hoofdelijke aansprakelijkheid.
Uitkomst: De hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor de onbetaalde premies wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.