ECLI:NL:CRVB:2004:AR3425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.Th. Wolleswinkel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuistheid inkomstenopgave
Appellante ontving vanaf oktober 1999 een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouder, waarbij haar wisselende inkomsten uit arbeid gedeeltelijk werden verrekend. Na bezwaar werd de uitkering op basis van opgegeven inkomsten en salarisspecificaties aangepast. Gedaagde besloot de bijstand met ingang van juni 2000 te herzien en vorderde terugbetaling van teveel betaalde uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep erkende gedaagde dat de terugvordering ook betrekking had op de periode oktober 1999 tot mei 2000, waarvoor geen herzieningsbesluit was genomen. Hierdoor was het besluit van 20 maart 2001 in strijd met de wet.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en wijst gedaagde op de verplichting een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen van appellante, zodat de terugvordering op grond van artikel 81, eerste lid, Abw moet worden toegepast zonder nuancering.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van teveel betaalde bijstand wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.