ECLI:NL:CRVB:2004:AR3605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens verzwegen inkomsten uit drugshandel
Appellanten ontvingen sinds 1993 een bijstandsuitkering. Na een strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel vanuit hun woning en hun aanhouding in februari 2000, stelde de gemeente een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de uitkering. Uit het onderzoek bleek dat appellanten vanaf 1996 inkomsten uit drugshandel verzwegen hadden, waardoor zij hun inlichtingenplicht schonden.
De gemeente trok de bijstandsuitkering met ingang van 1 juli 1997 in en vorderde de onverschuldigd betaalde bijstand terug over de periode van 1 januari 1996 tot 10 februari 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit voor de periode van 1 februari 1996 tot 1 februari 1997 wegens onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen.
De Raad oordeelde dat appellanten vanaf 1 januari 1996 geen recht meer hadden op bijstand vanwege het niet nakomen van hun inlichtingenplicht en bevestigde de intrekking van de uitkering vanaf 1 juli 1997. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand over een deel van de periode wordt vernietigd, intrekking en terugvordering over de overige perioden bevestigd, met veroordeling in proceskosten.